Blog van de 2 vertelavonden per maand

 

 

Verslag vertelkring 20 November 2019:

Jaap begon met zijn verhaal :”mijn liefde voor het vuur”.  Eerst werden er wat jeugdherinneringen opgehaald rond het “fikkie” steken en buurmannen die daar niet van houden. Na zijn pensioen, de tijd van de iepenziekte, begon hij hout te zagen en vooral te kloven met behulp van een kloofmachine waarvan er in het verhaal drie voorbij kwamen. De eerste was een hydraulische en omdat Jaap er door de dood van zijn vrouw niet met zijn gedachten bij was, zat zijn rechterduim erin. De 2e kloofmachine was ook een geleende met een benzinemotor; Nu ging de linker duim erin; het dokters- en ziekenhuisbezoek werd beeldend verteld… Toch tenslotte maar zelf de 3e gekocht. Gelukkig geen ongelukken meer.

Odile vertelde haar verhaal met als titel: ”ik ga bijna nooit op vakantie”. Ze vertelde hoe ze met haar man en kinderen naar het huisje met de kieren in de muur van haar Franse vader ging waar ook 2 campers en een tent bij stonden: bossen, de kleine rivier met de wasplaatsen. De Loire verderop, de primitieve “toilet” en “douche”. Hoe overgrootvader zelf een huis bouwde en vissen ving in de rivier die hij “grootbracht” in een bassin in zijn tuin. Hoe dochterlief haar spel, op aanraden van moeder, weggaf aan een meisje waarvan de ouders een beetje arm waren. Een bezoek aan de geitenboerderij en de monorail met trapauto’s werden als hoogtepunt aangehaald.

Ineke kreeg van ons drie woorden waar ze een verhaal omheen moest improviseren: een filosoof, versleten schoenen en een honkbalknuppel. Door een misverstand over de opdracht kregen we vooral een verhaal  over schoenen: ”ik hou van mooie schoenen”. Het begon met jeugdherinneringen over de degelijke schoenen die ze als kind moest dragen vanwege de ‘moeilijke’ voeten. Met een stralend gezicht  vertelde ze over rode schoenen, over schoenen die ze kocht bij de ontwerper Jan Jansen. Die konden zo mooi zijn dat je ze als kunstvoorwerp ergens op zette en er naar kon kijken. Als ze van onderen helemaal versleten waren en als je daar niet te veel van zag, bleef ze ze gewoon dragen. De liefde voor de mooie schoen droop er vanaf.

Josje vertelde een Noors sprookje:” Ten Oosten van de zon en ten Westen van de maan”. Hoe een meisje van arme ouders met een witte beer mee ging en haar familie daardoor rijk kon worden. Ze kwam in een kasteel te wonen en iedere nacht lag er iemand naast haar in bed die’ s ochtends weer verdwenen was. Ze beloofde bij een bezoek aan haar familie niet met haar moeder alleen te zijn maar dat gebeurde toch en bracht ongeluk over haar en de beer die een prins bleek te zijn en door zijn stiefmoeder was betoverd zodat hij overdag een witte beer was en alleen ’s nachts een mens. Hij moest terug naar stiefmoeder in het land ten Oosten van de zon en ten Westen van de maan om te trouwen met de prinses met de vreselijke lange neus. Het meisje werd geholpen door haar moeder (stomp van een kaars), drie oude vrouwen ( goeden appel, draad en spinnenwiel) en alle windstreken. De Noorderwind bracht haar tenslotte bij het slot van de stiefmoeder en door een ultieme test werd het meisje toch de geliefde van de prins.